Een tweetal weken geleden las ik op LinkedIn een artikel over het boek Fobfeminisme van Lisa Loeb. Dat heb ik toen direct gekocht en al lezend, en het is geen luchtig boek, besefte ik een aantal dingen:
ik ben, weer eens, een buitenbeentje: nooit getrouwd (ja, bij de notaris = samenlevingscontract), heb geen kinderen (bewuste keuze), werk pas sinds m’n 62-tigste in deeltijd - daarvoor 40, of meer uur per week, en ben ik in het overgrote gedeelte van mijn werkleven de zgn “kostwinner” geweest - oftewel verdien(de) meer dan mijn partner(s).
gaat de (huidige) politiek niets veranderen aan de genderongelijkheid: ja, wij vrouwen hebben dezelfde kansen maar krijgen ze niet door conservatief beleid en het in stand houden van de verschillende mythes: de mythe van het gidsland, van de meritocratie, van de vrije keuze en van de natuurlijke verschillen. Ik verwijs je graag naar het Fobfeminisme voor verdere uitleg over deze hardnekkige mythes.
Ik kom dan ook tot de conclusie dat wij vrouwen het dan zelf maar moeten doen.
En toen dacht ik aan mijn moeder.
Een stille Mina
Ken je de term Dolle Mina (nog)?
“Dolle Mina is een feministische groep en beweging, die in 1969 voortkwam uit studenten, jongeren uit de Socialistische Jeugd en werkende vrouwen. Van 1970 tot 1978 voerde zij actie voor gelijkberechtiging van mannen en vrouwen.” aldus Wikipedia. Deze groepering werd in 2013 nieuw leven ingeblazen om nu o.a. grotere en betere aandacht te krijgen voor femicide.
Mijn moeder, Dini, was ook een Mina, maar een stille. Ze deed niet mee aan protestmarsen, ze liep niet met spandoeken, ze ging gewoon stilletjes maar kordaat haar eigen recht halen.
Mijn moeder en ik verschilden enorm in karakter. Zij, met sterrenbeeld leeuw, stond zoveel mogelijk vooraan, als zij er niet bij was ging het niet door. Voor mij, pragmatische steenbok, hoeft dat allemaal niet zo nodig. Allebei houden we van gezelligheid, voor haar hoe groter de groep hoe beter het was, terwijl ik liever knusse gezelligheid zoek waar we met een klein groepje mensen met goede discussies de wereld recht zetten. Zij ging er prat op dat ze belangrijke mensen in haar kennissenkring had, artsen, wethouders kende ze persoonlijk en sleurde iedereen mee om met hen kennis te maken. Voor mij maakt het niet of je een directeur, een arts, een wethouder of een interieurverzorgster bent, in mijn ogen zijn we gewoon gelijk.
Ik vond mijn moeder oppervlakkig, zij vond mij te serieus.
Mijn stiefzus wist het typerend te duiden tijdens het (stief)familie overleg over de uitvaart van moeders: mijn moeder was geen “moeder” moeder. Ze moederde niet, ze zat niet klaar met thee als wij uit school kwamen, we mochten al blij zijn dat ze thuis was!
En toch, ze had de mentaliteit: jij mag jezelf zijn, wat anderen ook vinden; en heeft dat op mij overgebracht - stilletjes. Ze heeft me dus niet volgens het vaste rollenpatroon opgevoed: jij bent een meisje, dus… Nee, ik werd als individu gezien en zo ook opgevoed. Dat merkten ze al op de kleuterschool....
Precies, een eigen wil als individu. Niet wat politieke stromingen, religies of de Tate-marionetten vinden dat ik, als meisje/vrouw zou moeten willen.
Kies het verfdoosje als je niets met kralen hebt.